Italiaans : Nederlands Scusi! = Neemt u me niet kwalijk! Siamo già a Pavia? = Zijn we al in Pavia? già = al / reeds Pavia è la prossima. = Het volgende station is Pavia. prossimo / prossima = volgend grazie = dank u wel / dank je wel siete = jullie zijn / u bent (mv) non = niet italiani = Italianen italiano = Italiaan Siamo olandesi, di Amersfoort. = We zijn Nederlanders, uit Amersfoort. tornare = terugkeren / teruggaan perciò = daarom bene = goed Mettete una crocetta. = Kruis aan. (Zet een kruisje.) mettere = zetten / leggen la crocetta = het kruisje altro / altra = ander