Italiaans : Nederlands ed = en (voor woorden die met 'e‘ beginnen) l'ex-imprenditore = de ex-ondernemer il presidente / la presidente = de voorzitter il fondatore / la fondatrice = de oprichter / de stichter Associazione uomini casalinghi = Vereniging van huismannen l'associazione = de vereniging / de club l'uomo = de man gli uomini = de mannen mia moglie = mijn vrouw la moglie = de echtgenote / de vrouw avere da fare = te doen hebben tanto = veel / heleboel / zo veel Ecco come passo la giornata … = Zo breng ik mijn dag door … passare = doorbrengen preparare = klaarmaken fare il letto = het bed opmaken il letto = het bed mettere in ordine = opruimen l'ordine = de orde pulire = schoonmaken / poetsen preferire = de voorkeur geven aan / liever hebben fare la spesa = boodschappen doen preparare da mangiare = het eten klaarmaken quando = wanneer pronto / pronta = klaar ormai = inmiddels / onderhand