Italiaans : Nederlands il questionario = de vragenlijst le vacanze di solo mare = de zon-, zee- en strandvakantie la montagna = de berg / het gebergte organizzato / organizzata = georganiseerd i viaggi in paesi lontani = de reizen naar verre landen lontano / lontana = ver Dove vi fermate? = Waar overnacht u? fermarsi = blijven / verblijven il centro di salute e benessere = het wellnesscenter la salute = de gezondheid il benessere = het welzijn la macchina = de auto il camper = de camper A quali attività vi dedicate? = Welke activiteiten onderneemt u? dedicarsi a qc = zich aan iets wijden fare escursioni a piedi = voettochten maken / wandeltochten maken l'escursione = de tocht / de excursie a piedi = te voet girare per negozi = winkelen / shoppen prendere il sole = zonnen il sole = de zon il museo = het museum