Italiaans : Nederlands il verbo = het werkwoord il verbo riflessivo = het wederkerend werkwoord il foglietto = het blaadje / het blad papier scambiare qc con qn = iets met iem ruilen / iets met iem uitwisselen coniugare = vervoegen innamorarsi di qn = verliefd worden op iem innamorarsi di qc = verliefd worden op iets l’università = de universiteit conoscersi = elkaar kennen / elkaar leren kennen diplomarsi = een diploma behalen / afstuderen laurearsi = afstuderen diventare = worden