Italiaans : Nederlands c’è un bel fresco qui da te = wat is het hier bij jou lekker fris uno dei motivi per cui … = een van de redenen waarom … il motivo = de reden avere ragione = gelijk hebben avere ragione su qc = gelijk in iets hebben l’impressione = de indruk isolato / isolata = geïsoleerd assolutamente no = helemaal niet assolutamente = absoluut / volstrekt a pochi passi = op een steenworp afstand / vlakbij il distaccamento = de vestiging la biblioteca comunale = de openbare bibliotheek fare due passi = een wandelingetje maken il passo = de stap / de pas contento tu … / contenta tu … = als je daarmee tevreden bent … abituato / abituata = gewend i ritmi cittadini = het ritme van de stad il ritmo = het ritme cittadino / cittadina = stads- / van de stad convincere = overtuigen per venti minuti = 20 minuten lang