il pasto l’avverbio la formazione
attento / attenta semplice particolare
trasformare regolare l’etichetta
generale abitualmente velocemente
la pausa Cosa stai facendo di buono?
de vorming het bijwoord de maaltijd
bijzonder / speciaal eenvoudig oplettend / aandachtig
het etiket regelmatig veranderen
snel gewoonlijk / doorgaans algemeen
Wat ben je voor lekkers aan het maken? de pauze