Italiaans : Nederlands in corsivo = cursief l’illustrazione = de illustratie / het plaatje la dose = de hoeveelheid grattugiato / grattugiata = geraspt il tuorlo = de dooier il tuorlo d’uovo = de eierdooier il pizzico / il pizzico di = een snufje / een beetje la noce moscata = de nootmuskaat il sale = het zout far bollire = laten koken / aan de kook brengen mescolare = mengen / roeren togliere = weghalen / nemen van il composto = het mengsel il fuoco = het vuur versare = gieten il piano di marmo = de marmeren plaat stendere = uitrollen / uitstrijken lo spessore = de dikte tagliare in tondini = rondjes uitsteken lo stampo = het vormpje del diametro di … = met een doorsnee van … il diametro = de diameter / de doorsnee la pirofila = de vuurvaste schaal fondere = smelten la temperatura = de temperatuur