Italiaans : Nederlands il contrattempo = het oponthoud in piena notte = midden in de nacht il check-in = de check-in la fila = de rij pazzesco / pazzesca / pazzeschi / pazzesche = waanzinnig aspettare il proprio turno = op zijn beurt wachten completo / completa = vol Ma come? = Hoe kan dat? aereo / aerea = lucht- / vlieg- disdire = afzeggen / annuleren protestare = protesteren niente da fare = niets aan te doen il risarcimento = de vergoeding / de schadeloosstelling il buono pasto = de maaltijdbon prima di tutto = in de eerste plaats / allereerst fare un giro = een rondje maken fare un giro per i negozi = een rondje langs de winkels maken Non è andata poi così male! = Dan is het toch niet zo slecht afgelopen! annunciare = aankondigen / bekendmaken l’imbarco = de boarding il volo = de vlucht per un pelo = op een haar na