Italiaans : Nederlands l’azione = de handeling contemporaneamente = tegelijkertijd / gelijktijdig il controllo = de controle il bagaglio = de bagage l’hostess = de grondstewardess capitare = overkomen / gebeuren mostrare = tonen / laten zien di seconda classe = tweede klas l’andata = de enkele reis / het enkeltje la coincidenza = de aansluiting il Frecciarossa = Italiaanse hogesnelheidstrein Standard, premium o business? = normale prijs, middenprijs of businessprijs? l’aeroporto = de luchthaven metterci = erover doen