zijn
hebben
gaan
komen
denken
zien
weten
willen
zeggen
nemen
brengen
kijken
blijven
geven
werken
spelen
eten
drinken
slapen
ir
tener
ser
ver
pensar
venir
decir
querer
saber
mirar
traer
tomar
trabajar
dar
quedarse
beber
comer
jugar
dormir