Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Italiaans Nederlands
  • passare da qn = bij iem langsgaan
  • mia sorella = mijn zus
  • da queste parti = hier / in de buurt
  • la parte = de buurt / de streek
  • fare un salto a / da / in … = ergens even naartoe gaan
  • il Centro TIM = de telefoonzaak
  • il problema = het probleem
  • i problemi = de problemen
  • il cellulare = de mobiele telefoon / het mobieltje
  • Sai per caso se …? = Weet jij toevallig of …?
  • se = of
  • il bancomat = de geldautomaat
  • Qui nel quartiere non ci sono banche. = In deze wijk zijn er geen banken.
  • il quartiere = de wijk / de buurt
  • aspetta = wacht
  • aspettare qc = op iets wachten
  • aspettare qn = op iem wachten
  • in piazza Tasso = op het Tassoplein
  • la piazza = het plein
  • devo proprio scappare = ik moet er echt vandoor
  • scappare = ervandoor gaan
  • saluti a Nicoletta = groetjes aan Nicoletta
  • il saluto = de groet