Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Italiaans Nederlands
  • vivace = levendig
  • l’abitazione = de woning / het huis
  • per questo = daarom
  • pieno / piena / pieno di / piena di = vol
  • il clima = het klimaat
  • fuori casa = buitenshuis
  • fuori = buiten
  • il dopocena = de avond na het eten
  • normalmente = gewoonlijk / meestal
  • il giovane / la giovane = de jongere
  • l’adulto / l’adulta = de volwassene
  • ritrovarsi = elkaar ontmoeten
  • iniziare = beginnen
  • da … in poi = vanaf …
  • durante = gedurende / tijdens
  • intorno a = ongeveer / rond
  • il movimento = de beweging / de drukte
  • domenicale = zondags-
  • costoso / costosa = duur
  • l’architettura = de architectuur
  • rendere qc = iets maken / iets doen worden
  • scomodo / scomoda = ongemakkelijk
  • il quartiere residenziale = de luxe woonwijk
  • economico / economica / economici / economiche = goedkoop
  • prestigioso / prestigiosa = prestigieus / met aanzien
  • il capoluogo (di provincia) = de hoofdstad (van een provincie)
  • i capoluoghi = de hoofdsteden
  • la provincia = de provincie
  • le province = de provinciën
  • essere legato a / essere legata a = verbonden zijn met
  • la famiglia Savoia = het huis van Savoye
  • la capitale = de hoofdstad (van een land)
  • il regno = het koninkrijk
  • in tutto il mondo = in de hele wereld
  • il mondo = de wereld